KOINONIA BIJBELSTUDIE ROMEINEN 9

DEEL 1 – ROM. 9:14-18 DEEL 2 – ROM. 9:19-24 Maar hier kan een tegenwerping opkomen. Moeten we dan niet concluderen dat Gods uitverkiezing volstrekt willekeurig is en dus eigenlijk onrechtvaardig? Juist tegenover de kinderen van het uitverkoren volk handelt God dan in strijd met Zijn eigen karakter. We moeten zeggen: in het geheel niet! Waarom dan niet? Omdat God in alle dingen volkomen vrij en soeverein is. Na de geschiedenis van het gouden kalf zegt God dat ook tegen Mozes. Dat is een belangrijk moment, omdat je zou kunnen verwachten dat God het volk voor zijn afgoderij zou hebben LEES HIER VERDER…

KOINONIA BIJBELSTUDIE – ROMEINEN 9

Eerste deel: Rom. 9:6-8. 6 ουχ οιον δε οτι εκπεπτωκεν ο λογος του θεου ου γαρ παντες οι εξ ισραηλ ουτοι ισραηλ 6 Doch [ik zeg dit] niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn 7 ουδ οτι εισι σπερμα αβρααμ παντες τεκνα αλλ εν ισαακ κληθησεται σοι σπερμα. 7 Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaäk zal u het zaad genoemd worden. 8 τουτεστιν ου τα τεκνα της σαρκος ταυτα τεκνα του θεου αλλα τα τεκνα της επαγγελιας λογιζεται εις σπερμα (TR) 8 Dat LEES HIER VERDER…