OVER DE INLEIDING TOT DE PREEK VAN AUGUSTINUS OVER JOHANNES 1:1

1 Sinds enkele weken lees ik preken van Augustinus. 1600 jaar oud zijn ze. Uitgesproken in het Latijn voor toehoorders die ik me nauwelijks kan voorstellen, in een culturele wereld waar ik geen directe toegang toe heb en bovenal vanuit een Bijbelse tekst – de Latijnse vertaling van de Bijbel – die door mij niet gebruikt wordt. Dat is aanleiding voor grove misverstanden en de reden dat ik me daarin zou verdiepen is niet onmiddellijk helder. Toch vind ik het fascinerend om te zien hoe deze stem uit een ver verleden probeert om mij goed bekende teksten te doorgronden en LEES HIER VERDER…

Wie dorst heeft, kome tot Mij en drinke! – verkondiging in de avonddienst van 21 mei 2017

This entry is part 19 of 27 in the series PREKEN

Verkondiging over Joh. 7:37-43. Midden op het Loofhuttenfeest nodigt Jezus met een luide schreeuw nog één keer uit om in Hem te geloven. De laatste openbare uitnodiging tot allen. Juist in het kader van het Feest van de herdenking van Gods voorzienige zorg in de woestijn, met de vooruitverwijzing naar de nieuwe messiaanse tijd waarin God Zijn koninkrijk zal oprichten. Wie dorst heeft – zijn innerlijke nood kent – mag komen en vertrouwen op Jezus en mag dan drinken van het levende water – beeld van de wedergeboorte. Maar dan zal dat water ook worden tot een fontein van water. LEES HIER VERDER…

Wij weten dat wij Hem kennen – de zekerheid van het geloof in 1 Joh. 2:3-6

This entry is part 9 of 17 in the series Bijbelbespreking

Samenvatting van de Bijbelbespreking van woensdag 22 maart. 1 Joh. 2:3-6 Weten dat wij Hem kennen Geestelijke gemeenschap met God is alleen maar mogelijk als een gemeenschap met de Vader en de Zoon. Alleen het werk van de Heere Jezus aan het kruis maakte het mogelijk dat mensen weer in de nabijheid van God kunnen verkeren. Johannes heeft duidelijk gemaakt dat zelfs wanneer we terugvallen in de zonde, die gemeenschap weer hersteld kan worden. Daarvoor is het alleen maar nodig dat wij erkennen gezondigd te hebben en dat wij een beroep doen op Jezus als onze Voorspraak bij de Vader. LEES HIER VERDER…

Johannes (101) – Epiloog (2) Het gesprek met Petrus

Joh. 21:15-25 We komen nu aan het tweede deel van de epiloog. En daarmee aan het eind van dit evangelie. In deze verzen gaat het om de opdracht aan Petrus. Hij moest leiding geven aan de apostelen en zijn stem was dan ook de belangrijkste in de eerste dagen van de kerk. Daarom lezen we zoveel over hem in het boek Handelingen, in de hoofdstukken 2 tot en met 12. Pas wanneer het evangelie niet langer in de eerste plaats aan Israël wordt aangeboden, maar nu vooral aan de niet-joodse volkeren wordt gebracht, treedt Petrus meer op de achtergrond en LEES HIER VERDER…

Johannes (100) – Epiloog (1): de verschijning aan het meer van Tiberias

Joh. 21:1-14 Met de beschrijving van de verschijning van Jezus aan Thomas, lijkt het einde van het evangelie bereikt te zijn. Vooral vers 30 en 31 wekken sterk die indruk. Maar Johannes eindigt met een soort epiloog waarin hij nog een laatste gesprek van Jezus met de discipelen weergeeft. Het lijkt bedoeld te zijn om een aantal vragen die bij de lezer kan opkomen, alsnog te beantwoorden. En het maakt een overgang naar de gebeurtenissen die in het boek Handelingen worden beschreven.    Send article as PDF   

Johannes (99) – De belijdenis van Thomas

Joh. 20:24-31 Thomas was er niet bij. Omdat hij zich had onttrokken aan de gemeenschap van de discipelen, was hij niet aanwezig toen Jezus aan hen verscheen. In de verte is dat misschien een illustratie van het beginsel, dat Jezus aanwezig wil zijn in de gemeenschap van de discipelen – waar twee of drie vergaderd zijn, daar ben Ik in hun midden. Wie zich onttrekt aan de gemeenschap van discipelen – de gemeente – mist dus ook de aanwezigheid van Jezus. Toch wordt nadrukkelijk vermeld dat hij een van de 12 was. Ondanks zijn afwezigheid blijft hij deel uitmaken van LEES HIER VERDER…

Johannes (98) – De verschijning van Jezus aan de elf apostelen

Joh. 20:19-23 Op de ochtend van deze eerste nieuwe dag, is Jezus verschenen aan Maria Magdalena. Op de avond van deze dag, is Jezus verschenen aan de elf discipelen. Met die beide momenten is voor Johannes het wezenlijke van deze dag beschreven. Opstanding en verschijning horen bijeen. En wat Johannes hier overslaat is precies datgene wat er in zijn evangelie eigenlijk niet toe doet. Het zal immers voor de discipelen een dag van verwarrende gesprekken, van twijfel en zorg, en boven alles van angst zijn geweest. Maar ook de ontmoeting van Jezus met de Emmaüsgangers, die overdag heeft plaatsgevonden, laat LEES HIER VERDER…