MAAR God, die rijk is aan barmhartigheid… Verkondiging over Efeze 2:1-10

Broeders en zusters, gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Inleiding
Ik wil met u vanuit het gedeelte uit de brief aan Efeze bij drie dingen stilstaan: bij de diagnose die God geeft van de menselijke toestand; vervolgens bij de remedie die Hij gegeven heeft, en tenslotte bij het leven na de genezing dat God ons geschonken heeft. Diagnose, remedie en het gezonde leven dus.

1. Eerst het minder leuke gedeelte: de diagnose.

Sommigen van u zullen het helaas hebben meegemaakt. Dat moment dat de behandelend arts tegen u zegt: “Ik weet niet wat we er nog aan kunnen doen.” De diagnose is duidelijk, maar we hebben geen remedie. Tot dat moment had u hoop. Tot dat moment zag u nog voor u dat er een einde zou komen aan uw lijden. Maar die woorden van de arts: “U bent uitbehandeld” nemen alle hoop weg.
Zoals het in de sfeer van het lichamelijke is, zo is het ook in de sfeer van het geestelijke. Mensen stellen een diagnose van de problemen waarmee we worstelen: de armoede in de wereld, de stille armoede in onze eigen samenleving. We zeggen dat de mens ziek is, of teveel religie heeft, of te weinig religie heeft, of te weinig kennis. Het onrecht in de wereld, zeggen mensen, dat komt van ongelijkheid, hebzucht, onrechtvaardige structuren en instituties. We zeggen dat we daar wel een remedie voor hebben. Als de mens ziek is, dan heeft hij meer medicatie nodig; als de mens gewelddadig is, dan hebben we meer wetgeving en strengere straffen nodig. Als de mens onverstandig handelt, dan moet er meer scholing komen en misschien wel indoctrinatie – zoals ze in communistische landen zo lang geprobeerd hebben. Hoe oppervlakkiger de diagnose is, hoe oppervlakkiger ook de voorgestelde remedies zijn. En als we het helemaal niet meer weten dan zingen we iets in de trant van “we bennen in de wereld om mekaar om mekaar te hellupen nietwaar.”
Maar het is opvallend hoe weinig mensen tegenwoordig de diagnose van de Bijbel aanvaarden die zegt dat het kernprobleem van de mens is, dat hij een zondaar is tegenover God en zijn naaste. Dat er in ons geen goed woont. Of de nog zwaardere diagnose die we gelezen hebben in de brief aan Efeze waar Paulus zegt: jullie zijn dood in misdaden en zonden. Dat betekent niet: dood vanwege misdaden en zonden, maar we zijn wandelende doden, we zijn geestelijk dood, en daarom bedrijven we misdaden en zonden. Zombies zijn we! Ons lichaam leeft, en onze ziel is dood tegenover God. Dat is de goddelijke diagnose van onze toestand. Dat hakt er pas echt in. Want als er nog een greintje geestelijk leven in de mens zou zitten, dan was het misschien nog zinvol om naar remedies te zoeken. Maar het is de Heere God die hier zegt: jullie zijn dood, uit jezelf kun je niets, je kunt niet antwoorden op Gods stem, je kunt de geboden van God niet verstaan, laat staan gehoorzamen, en dat wil ook zeggen jullie remedies werken niet, helpen niet, geven jullie geen uitweg. Jullie zijn uitbehandeld. Die diagnose is voor de mens onaanvaardbaar. En toch is het – we weten dat toch wel – alleen de correcte diagnose die ons zicht kan geven op de geweldige remedie God zelf in de wereld heeft gebracht. Dat is voor iedereen de laatste uitweg.
Ik wil niet heel lang blijven stilstaan bij deze diagnose, maar het liegt er niet om:
• We leven in overeenstemming met de overste van de macht van de lucht, d.i. met de Satan als de bron en regisseur van het kwade.
• We volgen de begeerten van het vlees en we gehoorzamen aan het vlees – d.i. we zijn geheel en al opstandig tegenover God
• We zijn van nature – meteen al vanaf onze geboorte, kinderen van de toorn, voorbestemd voor Gods toorn.
Maar als je dan zou zeggen tegen deze Goddelijke Geneesheer: is er dan niets aan te doen? Als je met heel je hart zou uitschreeuwen, zoals Paulus dat deed: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?” Dan zou er een antwoord komen, geen oppervlakkige remedie maar een werkelijk antwoord.

2. Zo komen we in vers 4 bij de remedie. Er komt een goddelijk MAAR in de tekst. Maar god die rijk is aan barmhartigheid, wat doet deze God nu? Die heeft ons levend gemaakt met Christus. Hij heeft ons het leven van Christus geschonken. Hij laat ons geestelijk doormaken wat Christus doorgemaakt heeft. Maar dan in deze vorm: opgestaan uit de doden in Christus en doen zitten in de hemelse gewesten, in Christus. Kijk, dat is de enige remedie: wij waren dood, maar God maakt ons levend. Er is voor de kern van onze geestelijke problemen een waarachtig medicijn.
U kunt ongetwijfeld het verhaal van de opwekking van Lazarus. Is dat geen fraaie gelijkenis van de manier waarop God onze ziekte geneest, ons onvermogen en onze zwakte overwint? Die Lazarus zijn wij: dood, afgezonderd van het leven in het graf, omringd met windsels en zonder mogelijkheid om te bewegen en te spreken.
Maar dan komt de stem van de Zoon van God: Lazarus ga uit! Met die roepstem heeft Hij ons allen geroepen, als u ook werkelijk tot bekering bent gekomen, als U weet dat de Heer Jezus Christus Uw Heer en Verlosser is. U bent door Hem bij name geroepen, en uw dode ziel en geest hebben gehoorzaamd – hoe kan het ook anders, het is de stem van God Zelf – en u bent uit het graf tevoorschijn gekomen., Eerst aarzelend en onzeker, nog steeds omwikkeld door de banden van de dood, door de windsels, zonder veel te zien om dat licht van het leven uw blik verblindt. Maar dan komt u in het land van de levenden.

3. Het nieuwe leven
Het is wel belangrijk om dan te zien welk land dat is. Niet voor niets zegt de Schrift hier, dat we met Christus geplaatst zijn in de hemelse gewesten. Dat is voor allen die God geroepen heeft, die met Christus zijn opgestaan, het ware vaderland. Daar horen we thuis, we horen dáár te zijn en te leven waar Christus is. Zijn we als Christenen niet vaak geneigd om vooral bezig te zijn met het aardse leven? Met de zorgen van alledag, met onze ambities. Want dat doen we ook als we genezen worden verklaard in het ziekenhuis. We keren terug naar het oude leven en leven op dezelfde manier verder. Soms met wat beperkingen en stapels medicijnen om gezond te blijven, maar toch. Zo is het niet met deze geestelijke genezing en dat is dan mijn derde punt.
Kijken we naar vers 10, dan zien we dat. De diagnose was: dood in misdaden en zonden. De remedie: dat God ons uit de doden doet opstaan, met Christus één maakt in Zijn opstanding, ons deel geeft aan Zijn leven. Maar dan keren we niet terug naar het oude leven, maar is er een “nieuwe schepping” zoals Paulus zegt, er is een “nieuwheid van het leven” waarin we wandelen.
We zijn geschapen in Christus Jezus tot goede werken. We mogen de werken van God gaan doen, gehoorzamen aan Zijn geboden, het goede doen dat Hij ons opdraagt. En nu kunnen we dat ook. Hij heeft ons geloof en vertrouwen geschonken., Hij gaf ons de Heilige Geest zodat Christus in ons woont, Hij, deze Geest, komt ons te hulp in ons gebed en helpt ons God te kennen als onze hemelse Vader. Daarom kunnen we nu wandelen in goede werken in plaats van dood zijn in misdaden en zonden.
En het mooiste is, dat God deze al van tevoren voor ons klaar zet, dat Hij ons die goede werken aanreikt: we hoeven ze zelf niet te verzinnen, we hoeven ze zelf niet op te zoeken, maar elke dag van ons leven geeft Hij ons de mogelijkheid het goede te doen, te wandelen in deze nieuwheid van het leven.

• Diagnose: dood in de zonden
• Remedie: opstaan uit de doden met Christus
• Resultaat: een nieuw leven waar in wij het goede doen.

4. De hemelse gewesten
Is dat niet prachtig? En als dit leven dat God ons schonk al zo mooi is, wat moet dat leven in die hemelse gewesten dan niet zijn? Wat is er dan te vinden in die hemelse gewesten?
Oneindig veel en oneindig hoog moet dat zijn. Maar we kunnen er wonen, zegt de Heere in Johannes 14, we hebben er een ruimte om te wonen. Je kunt het niet beschrijven. Het moet een bepaalde schoonheid hebben, die kan ontroeren, zoals een zonsopgang na een lange, met zorgen vervulde nacht. Het moet ons diep vrolijk maken, zoals het aanstekelijke lachen van een kind dat van een ziekte is genezen. Het is diep ernstig maar ook eenvoudig, zoals de ondoorgrondelijke majesteit van sterren en planeten die volgens Gods wil aan de nachtelijke hemel Gods eer verkondigen. En dan kun je al deze gevoelens bij elkaar optellen en met 10.000 vermenigvuldigen en dan heb je een fractie van wat je zou voelen als je eenmaal in die hemelse gewesten aankomt.
Die hemelse gewesten moeten ook een wonderbaarlijke vrijheid met zich meebrengen, omdat alle beperking is weggevallen. Alle ketenen die we hier nog voelen zijn verbroken. Je kunt het omschrijven als een diep geluk, omdat schoonheid en vrede en vreugde alle andere negatieve gevoelens hebben verdreven. Je kunt het de mooiste orde noemen, omdat in de hemel Gods wil volledig gedaan wordt, zodat alles en iedereen tot volle bloei komt – de Bijbel zegt daarom dat God ons “verheerlijkt” in de hemel, d.w.z. dat Hij ons innerlijke wezen volledig tot bloei brengt, tot ontplooiing brengt. Je kunt het ook de zaligheid noemen, omdat er geen behoefte en geen verlangen meer is, geen enkele onrust of zorg, want we gaan geheel en al op in de brede en diepe stroom van Gods leven. Er is geen aarzeling meer en geen hartstocht die angstig maakt; we willen elkaar begrijpen en in die hemel sfeer lukt dat ook. We zetten ons niet meer in voor eigen gewin en dat hoeft ook niet meer, want anderen houden rekening met ons, In die hemelse gewesten begrijpen mensen maar één ding, maar in het lucht daarvan komt al het andere tot verschijning: namelijk dat God liefde is. Tel dat alles bij elkaar op en vermenigvuldig het met 10.000, dan heb je een fractie van wat de hemel is.
In dat licht moeten we begrijpen wat Paulus hier zegt: wij zijn gezet, geplaatst in die hemelse gewesten in Christus. We horen daar al thuis. Dat is ons nieuwe vaderland. Omdat de Heer Jezus de dood overwon, en ons meenam in Zijn opstanding. Dat is de rijke barmhartigheid van God, dat is het resultaat van Zijn inzet voor ons, dat is de rijkdom van Zijn genade waarmee Hij zo overvloedig geweest voor ons.

Besluit
Daarom hebben gezongen in lied 234 wat de praktische toepassing is van deze heerlijke waarheden die de apostel ons heeft voorgehouden:
Al wat zondig is veracht – moeten we verachten, naast ons neer leggen, vermijden, negeren.
Meer den geest van d’aard verheven – wegkijken van hier beneden, het hoofd omhoog, de hart gericht naar boven!
Hem die ons in de hemel (op-)wacht, Hem moeten we geheel ons hart geven – niet een beetje en niet af en toe, maar Hem geheel en al toegewijd zijn.
Waar onze hemelse woning, ons hemelse vaderland ligt, bij Christus daarboven, daarheen moet ons oog gericht zodat we de wereld zien in Zijn licht, en daarheen moet ons hart zijn gericht, opdat wij werkelijk antwoord kunnen geven aan de liefde van God, die zo zichtbaar werd in Christus Jezus: want Hij gaf zich voor ons in de dood, toen wij nog vijanden van God waren, toen wij zondaars waren heeft Hij zich over ons ontfermd, en deed ons zitten en tot rust komen in de hemelse gewesten in Christus. Broeders en zusters, dat is onze eigenlijke en ware realiteit ook in het heden! Dit alles is niet toekomstig alleen, maar ook hier en nu.
Welk een liefde vol van leven, steeds en nooit genoeg geroemd,  heeft de Vader ons gegeven, dat Hij ons Zijn kinderen noemt.
Hem zij de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in eeuwigheid.
AMEN

De wederkomst van Christus als grondslag van de vertroosting over de ontslapen heiligen – 1 Thess. 4

This entry is part 20 of 27 in the series PREKEN

Verkondiging over de wederkomst op zondag 28 mei 2017.

Belangrijk: de Heere tegemoet gaan in de lucht betekent niet een opname van de gemeente, maar is een beeld voor een “ontvangstcomité” dat na de ontmoeting met de Heere terugkeert naar de aarde. Er is maar één wederkomst, niet twee.

Op de “Dag des Heeren” zal het Koninkrijk van de Zoon gevestigd worden, niet zonder eigen moeilijkheden en strijd, en Jezus zal handelen in de wereld als de Koning van Israël en de wereld. Na een bepaalde tijd – wellicht letterlijk na 1000 jaar – zal de Zoon volgens 1 Kor. 15 het Koningschap overdragen aan God de Vader en “zo zal God zijn alles in allen.”

Zoals Paulus zegt: “vertroost elkaar met deze woorden.”

Wie dorst heeft, kome tot Mij en drinke! – verkondiging in de avonddienst van 21 mei 2017

This entry is part 19 of 27 in the series PREKEN

Verkondiging over Joh. 7:37-43.
Midden op het Loofhuttenfeest nodigt Jezus met een luide schreeuw nog één keer uit om in Hem te geloven. De laatste openbare uitnodiging tot allen. Juist in het kader van het Feest van de herdenking van Gods voorzienige zorg in de woestijn, met de vooruitverwijzing naar de nieuwe messiaanse tijd waarin God Zijn koninkrijk zal oprichten.
Wie dorst heeft – zijn innerlijke nood kent – mag komen en vertrouwen op Jezus en mag dan drinken van het levende water – beeld van de wedergeboorte. Maar dan zal dat water ook worden tot een fontein van water. De zegen die is ontvangen mag worden uitgedeeld.
Hebben wij een emmer water mee kunnen nemen van de zondag? Dan moet je een geopend hart hebben, een “emmer” om dat water mee te kunnen nemen. Dat is al mooi! Maar hoe lang zal dat water toereikend zijn? Steeds opnieuw putten is nodig! En dat kan: gebed en bijbellezing geven ons steeds opnieuw dat levende water.

De leer van Jezus en Gods wil – verkondiging over Johannes 7:14-24

This entry is part 18 of 27 in the series PREKEN

Het gaat hier om de leer van Jezus. Zijn verkondiging is “expositie”, Bijbeluitleg, die de woorden van God wil verhelderen. Jezus brengt leer – anders dan de Rabbijnen spreekt Hij met direct gezag, want wat Hij zegt “heeft Hij van de Vader gehoord.” Geen traditieketen, geen spreken “in de naam van de leraar”: Jezus voegt zich niet in de tradities van de rabbijnen.
Men is onder de indruk van Zijn kennis, maar toch is er geen echt begrip en zeker geen aanvaarding van Zijn leer. Waarom niet? Want: “als iemand de wil van God wil doen, zal hij erkennen dat Mijn leer niet van Mij is, maar van Degene die Mij gezonden heeft.”
Ze hadden het kunnen weten. Want deze Leraar spreekt niet alleen met gezag, maar Hij liet die leer ook zien in kracht, door de genezing, 6 maanden daarvoor, van de verlamde in Bethesda. Maar toen was de reactie net zoals nu: “Hij breekt de Sabbat!” Gods openbaring is hier rechtstreeks in conflict met de gewoonten en tradities van mensen.
En bij ons? Het Woord van Jezus stuit op onze (denk-)gewoonten en tradities. We zijn onder de indruk van Jezus. Maar begrijpen we en accepteren we Zijn leer werkelijk? Wie Jezus benadert met het vaste voornemen om naar Gods wil te zoeken en alleen naar Gods stem te luisteren, zal erkennen dat Zijn leer uit God Zelf voortkomt.

De tekst van de voorbereiding vind je hieronder: