KOINONIA LIVE! #12 – de vijf “fundamentals”- 18 April 2017

This entry is part 13 of 63 in the series BROADCAST

De “Five Fundamentals” markeren het verschil tussen Bijbelgetrouw Christendom en het modernisme. In deze aflevering bespreek ik die “Fundamentals” vanuit de Gereformeerde Traditie tegenover het modernisme van Harry Kuitert. De Fundamentals zijn: 1. De volkomenheid van de Schrift 2. De godheid van Jezus (of: de maagdeijke geboorte) 3. Christus’ plaatsvervangend sterven 4. Christus’ lichamelijke opstanding 5. De echtheid van Christus’ wonderen    Send article as PDF   

Gastblog: Aurelius Augustinus, EEN ZEER ONGEMAKKELIJKE “WAARHEID”

“22 Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. 23 Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet.” (Citaat uit: De Bijbel, Herziene Statenvertaling, 1 Johannes 2:22-23) Wat Ds. Van der Kaaij beweert, ook in zijn omstreden boek “De ongemakkelijke waarheid”, gaat daadwerkelijk terug op gnostische ideeën. Van der Kaaij sluit onder andere aan bij het gedachtegoed van Timothy Freke en Peter Gandy, die ooit het boek: “De mysterieuze Jezus” schreven in 1999, maar ook bijvoorbeeld “Jezus en de verloren godin” en LEES HIER VERDER…

De man die een vlieg werd…

Er was eens een man die last had van vliegen. Ze zaten op zijn hoofd, zoemden rond zijn handen, en hij vond ze in zijn soep. Een vrijdenker kwam langs, en toen hij zag dat de man zich ergerde aan de vliegen vroeg hij: “wie heeft de vliegen gemaakt?” Omdat de man zich zo irriteerde aan de vliegen en ze haatte, durfde hij niet te zeggen dat God hen gemaakt had, hoewel dat wel in zijn geloofsbelijdenis stond. Toen de vrijdenker zag dat de man aarzelde, zei hij meteen: “als God de vliegen niet gemaakt heeft, wie dan wel?” “Ik LEES HIER VERDER…

Een wrede ketterij: over het Docetisme van A. D. Loman

Onze opvattingen over “God, de wereld en de ziel” zijn niet willekeurig en ze hebben gevolgen voor de dagelijkse praktijk. Stel je maar een gevangene voor, die verteld is dat op een goed moment de tralies voor het raam zullen verdwijnen zodat hij kan ontsnappen. Hij gelooft dat. Kijkt niet langer om zich heen. Staart door het raam met de tralies. En ziet daarom niet, dat achter zijn rug de deur wijd open is gezet. En hoort daarom niet, dat hem vrijspraak is verleend door de rechter. Vergeefs wacht hij op het verdwijnen van de tralies, maar in plaats van LEES HIER VERDER…

De vraag naar de waarheid en de wreedheid van de ketterij

De belangrijkste reden om verschil te willen maken tussen “orthodox” en “vrijzinnig”of “ketters” is de vraag naar de waarheid. Dat is op zich al een verzet tegen een bepaalde trend in de moderne tijd, die niet langer over waarheid durft te spreken. We leven in wat men noemt het “post-moderne” tijdperk. Dat wil zeggen dat we niet meer durven vragen naar de waarheid, maar alleen op zoek gaan naar wat waar is voor mijzelf, en beleefd kennis nemen van wat waar is voor een ander. Maar kunnen we leven zonder de vraag naar dé waarheid te stellen? Dé waarheid, die LEES HIER VERDER…

Of de menselijke ervaring een basis is om over God te spreken? – Q.1, art. 3

VRAAG 1 Wat is de eigen en passende aard van ons spreken over God? Artikel 3 Of de menselijke ervaring een basis is om over God te spreken? Wij gaan aldus voort met betrekking tot het derde artikel: Tegenwerping 1. Het lijkt erop dat we over God alleen kunnen spreken op grond van algemeen-menselijke ervaring. Ervaring moet nu eenmaal aan elk menselijk spreken voorafgaan, zoals ook Tilleman zegt: “Ervaring zal altijd de basis vormen. Zonder ervaring hebben we immers ook geen behoefte om er over te spreken! We kunnen God dus ervaren, voelen.” (T, p. 13) Daarom is de menselijke ervaring LEES HIER VERDER…

Of we aan één godsbeeld genoeg hebben?–Q.1, art. 2

VRAAG 1 Wat is de eigen en passende aard van ons spreken over God? Artikel 2 Of we aan één godsbeeld genoeg hebben? Wij gaan aldus voort met betrekking tot het tweede artikel: Tegenwerping 1. Het lijkt erop dat we tenminste twee verschillende (typen van) godsbeelden nodig hebben. Immers, “Je kan stellen dat er in de vrijzinnigheid twee godsbeelden overheersen: een immanent godsbeeld en een transcendent godsbeeld.” (T, p. 9) Daarom hebben we aan één godsbeeld niet genoeg om over God te spreken. Tegenwerping 2. Het lijkt er bovendien op dat we over God juist moeten spreken in een veelheid van LEES HIER VERDER…