De Naaste die ons vreemd blijft

Overwegingen rondom het thema tolerantie en naastenliefde.

Onze sociale en politieke idealen zijn in Europa in een soms bloedige geschiedenis van 20 eeuwen ontstaan uit de Romeinse, joodse en Germaanse cultuur.

In Europa heeft het Christendom diepgaand de cultuur kunnen bepalen vanaf haar overwinning in de 5e eeuw, ondanks het humanisme (16e eeuw), ondanks de Verlichting (18e eeuw), zelfs na de scheiding van kerk en staat (19e eeuw) en de technologische revolutie en de secularisatie (20e eeuw) en ondanks het feit dat het nu een religie van een steeds kleiner wordende minderheid is (21e eeuw). Het moderne liberale humanisme (al dan niet religieus) is een voortbrengsel van de Christelijke cultuur van de middeleeuwen, en blijft daaraan dus verwant.

Sinds de tweede helft van de 20e eeuw is er veel belangstelling voor het jodendom – nu alweer tanende – omdat wij daarin elementen van het Christendom en het humanisme terug herkennen.

We kunnen dus spreken over een joods-christelijk-humanistische cultuur in Europa.

De immigratie van moslims uit Afrika en Azië heeft een cultuur binnengebracht die dwars tégen deze geleidelijke ontwikkeling ingaat. Het is de stem van een ‘vreemdeling’ die soms doet denken aan vroegere tijden van het Christendom, maar verder ons steeds voor raadsels stelt.

Terwijl Hindoeïsme en Boeddhisme zich moeiteloos in het westerse liberale model lieten integreren – want deze hebben nauwelijks een politieke agenda – verzet de islam zich daartegen. Een westerse vorm van de islam lijkt aarzelend te ontstaan, maar de druk van de moslimstaten blijft groot. Moslimgeleerden in Europa en de VS kiezen geheel andere standpunten dan hun collega’s in Egypte of Iran.

Diagnose:

In deze omstandigheden is een diagnose nodig. Kennis kan de angst verminderen, die hier en daar ontstaan is tégen de islam b.v. omdat deze zich op de hele wereld incidenteel als gewelddadig laat zien. Welke islam is de juiste islam? De islam waar Hirsi Ali en Wilders zich tégen keren? Of de ‘gematigde’ islam zoals die in de VS en Pakistan zich ontwikkelt?

Eigenlijk zou het goed zijn de vijf grote wereldgodsdiensten eens te ondervragen over de ‘morele leer’ die zij in het westen meebrengen. Hoe zien zij zichzelf als buurman en naaste van westerlingen? Op welke manier spreken zij over de ‘naaste’ en op welke manier denken te ze kunnen integreren? Hoe denken zij over onze westerse oplossing: de tolerantie van verschillen naast de gelijkheid voor de wet?

1. Hoe heeft het christelijke begrip van de naastenliefde en de vijandliefde in de Europese cultuur doorgewerkt? Wat wordt bedoeld met naastenliefde? En hoe kon het zich ontwikkelen tot het idee van de burgerlijke gelijkheid? Is tolerantie hetzelfde als vijandliefde?

2. Hoe werkt het joodse begrip van de naaste hierin door? Kent het jodendom andere categorieën behalve de naaste om algemene compassie voor al het levende te prediken?

3. Kent de islam hetzelfde begrip ‘naaste’? Wat betekent het in de islam dat ‘alle mensen uit Adam voortkomen’ en dat het een universele godsdienst voor de hele mensheid wil zijn? Wat is de rol van de religieuze gemeenschap, of oema, in de relaties tussen moslims en hun niet-moslim buren? Is er zoiets als een ‘religie van de kinderen van Abraham waarin deze drie saamhorig kunnen zijn?

4. Het Boeddhisme is geen gewelddadige godsdienst en is dat nooit geweest. Maar kent het Boeddhisme een echte mogelijkheid om door te dringen in de sociale en politieke sfeer? De leer van de ‘verzaking’ houdt eerder een terugtrekking uit de materiële werkelijkheid in. Het Boeddhisme is een innerlijke en individuele levensweg waarin de naaste wordt gerespecteerd, maar er is geen opdracht om hem/haar te redden. Wat betekenen ‘liefdevolle vriendelijkheid’ en ‘compassie’ in deze godsdienst zonder god(en)?

5. Hoe liggen al deze zaken in de Bhagavad Gita, het grote boek van het Hindoeïsme, dat wel goden kent? Arjuna wordt daar opgeroepen door de godheid Krisjna om het zuivere pad te kiezen – wat zowel de onthouding van handelen als de volledige inzet in het handelen kan zijn. Het vertrekpunt is de vraag of het geoorloofd is om in een oorlog tegenover de eigen familie te komen staan.

Een aantal interessante observaties:

Het Boeddhisme heeft nooit tot oorlogen geleid. Als landen met een sterke Boeddhistische inslag toch oorlog voeren, wordt dat nooit religieus onderbouwd. Men kent dus niet de Christelijke/joodse/islamitische varianten van de ‘theorie van de gerechtvaardigde oorlog.’

Het begrip ‘naaste’ is typisch christelijk, hoewel van joodse herkomst. De islam gebruikt het niet op die manier, en de overigen kennen het niet als bijzonder ethische categorie. Het bestaan van andere levende wezens wordt niet vanuit ontmoeting of confrontatie maar vanuit het natuurlijke samenleven begrepen.

De filosoof Slavoj Žižek heeft opgeroepen tot intolerantie – dat is ironisch bedoeld. Tolerantie schiet tekort als manier om elkaar te respecteren, maar maakt het ook onmogelijk om elkaar kritisch te benaderen. Het is een recept voor onverschilligheid.

Kon je deze post waarderen? Ondersteun dan Robbert Veen op Patreon!

Geef een reactie