De vraag naar de waarheid en de wreedheid van de ketterij

De belangrijkste reden om verschil te willen maken tussen “orthodox” en “vrijzinnig”of “ketters” is de vraag naar de waarheid. Dat is op zich al een verzet tegen een bepaalde trend in de moderne tijd, die niet langer over waarheid durft te spreken. We leven in wat men noemt het “post-moderne” tijdperk. Dat wil zeggen dat we niet meer durven vragen naar de waarheid, maar alleen op zoek gaan naar wat waar is voor mijzelf, en beleefd kennis nemen van wat waar is voor een ander.

Maar kunnen we leven zonder de vraag naar dé waarheid te stellen? Dé waarheid, die ons (gezamenlijke) leven draagt en betrouwbaar genoeg is om de keuzes van ons leven op te baseren? De vraag naar de waarheid gaat al heel snel over in de vraag naar het “juiste” leven, naar een leven dat inderdaad een betrouwbare gids en fundament heeft. De gevolgen van een vergissing kunnen heel groot en tragisch zijn. Dat weten we dan weer wel. De keuze voor of tegen het Nazisme was in de tweede wereldoorlog geen kwestie van de “waarheid voor mij”, waarvan we beleefd kennis willen nemen. Iedereen weet dat de uitkomst van die keuze cruciaal was voor het leven; niet alleen voor het mijne maar ook voor anderen. De “waarheid” van het Nazisme moet als een leugen worden ontmaskerd, en de gevolgen van die dwaling moesten – uiteindelijk met een ongelooflijke hoge prijs – worden bestreden. Dat laat ons het beginsel zien: waarheid doet er toe. De verkeerde mening hebben over leven, vrijheid, ras, onze toekomst, de rol van de staat etc. is van groot belang voor ons leven. En dat kan niet worden afgedaan met de opvatting dat we allemaal “recht” hebben op onze eigen mening.

Dat geldt ook of misschien vooral in de kerk. Een ketterij in de kerk werd uiteindelijk bestreden omdat ze in strijd was met de Bijbel als de enige bron en regel van het geloof. Men kwam in conflict met de omheining die de kerk rondom die Bijbelse waarheid geplaatst had: dogma’s als waarschuwingsborden, bisschoppelijk en pauselijk gezag als waakhonden van de waarheid, kerkelijke tucht om desnoods met angst en schaamte overeenstemming met die waarheid af te dwingen. Misbruik ligt meteen op de loer.

Maar die strijd werd niet alleen gevoerd ter wille van het gelijk-krijgen van de verdedigers van de orthodoxe waarheid. De ketterij werd bestreden omdat ze leidde tot een vervalsing van het christelijk geloof, en wie een vervalste versie van Christus volgt, zal de nare en tragische gevolgen daarvan moeten ondergaan. Uiteindelijk was en is in de kerk de strijd om de waarheid een kwestie van herderlijke zorg – hoe verkeerd dat ook soms is gegaan en hoe verdwaasd sommigen gedacht hebben dat ze het zwaard van de overheid mochten inzetten in de bestrijding van ketters. Beginsel en praktijk zijn hier ver uit elkaar komen te liggen. Maar het beginsel spreekt van de zorg om het leven. De strijd tegen de ketterij is geen koude, emotieloze verdediging van een reeks willekeurige stellingen in de kerk waarmee eenheid wordt afgedwongen of gezag wordt gehandhaafd. Immers: een ketterij, een afwijking van de “algemeen aanvaarde Christelijke leer”, kan tragische gevolgen hebben.

Onze cultuur en onze tijd echter staat – zoals Peter Berger, de socioloog schreef in zijn “The Heretical Imperative” – onder het gebod om juist wel “ketter” te zijn. Om dat in te zien, moeten we volgens hem eerst inzien, dat “orthodox” zoiets als “juiste mening” betekent, en dat we daarom moeten zeggen: “orthodox” is de waarheid die ik verdedig, en “ketters” is de leugen die anderen verdedigen. “Orthodoxy is what I believe, heresy is what others believe.” “Orthodox” wordt zo een relatieve term, gebruikt voor de opinie die ik toevallig aanhang. Als er alleen maar een “waarheid voor mij” is en geen objectieve, algemene waarheid, dan moet dat ook zo zijn,. En als socioloog kijkt Peter Berger dan ook niet verder dan deze constatering.

Bovendien is de orthodoxie van vandaag, waarschijnlijk de ketterij van vorige week. En zo kan ook de ketterij van vandaag, de orthodoxie zijn geweest van de vorige week. Tijden veranderen, dogma’s vergaan, en alleen de mensen blijven nog over. Het schuift op die manier steeds op. Wat ooit als “orthodox” werd vastgesteld is begonnen als de opinie van een enkeling, in strijd met de mening van allen. Toen het eenmaal door een meerderheid werd aanvaard en door instituties werd vastgelegd, werd het de orthodoxie. Zo beschrijft Berger dat. Maar werkt het echt zo?

Voor hem loopt dit alles uit in een moderne opdracht – want wij hebben dit mechanisme nu wel doorzien – en dat is de opdracht om zelf te kiezen wat je gelooft, en je door niemand iets te laten voorschrijven. Dat is ook waar het woord “heresy” in het engels op teruggaat: kiezen. Een ketterij is een keuze, en de algemene verplichting die we in de moderne tijd hebben is om te kiezen en persoonlijk te verantwoorden wat we kiezen. Het algemene gebod van onze tijd is dus een ketter te zijn. En als dat waar is, is er eigenlijk geen onderscheid, en zijn we allemaal ketters, want de ”zogenaamde orthodoxen” hebben dan ook gekozen, net als de ketters, en ieders geloof is dus maar een (toevallig) gevolg van een keuze die moet worden gerespecteerd.

De terminologie blijkt nog onduidelijker te zijn als we overwegen dat “orthodoxie” ook alleen maar “juiste opinie” of “juiste leer” betekent. In die zin zijn we allemaal orthodox, omdat iedereen een ketter genoemd kan worden door anderen en in eigen ogen de “juiste opinie” heeft en dus “orthodox” is. Dat is de reden wellicht, dat de orthodoxen zich liever  “confessioneel” of “Bijbels” of “evangelisch” noemen en de ketters zich liever tooien met de naam “modern” of “vrijzinnig” of “ondogmatisch”.

Is er echter toch een norm voor het maken van een onderscheid tussen ware en valse meningen? Maar waar vinden we die dan? Welke dan? In de Bijbel, die juist kwetsbaar is voor selectief lezen en buikspreken? “Elke ketter heeft zijn letter.” Of ligt die in de praktische consequenties van een geloofsovertuiging? In het geleefde christelijke leven? Of ligt die al meteen in het begin, in de verkeerde lezing van de Schrift en mogen we de Bijbel zien als een eenduidige weergave van de “leer van Christus”?

Die vragen zijn veel te belangrijk om ze aan de theologen over te laten. Het gesprek over de waarheid in de Kerk – nu al bijna een halve eeuw verstomd – moet weer nieuw leven worden ingeblazen. Met het risico dat we inderdaad tegen een ander moeten zeggen: jij hebt ongelijk. Maar waar is dan die norm, anders dan de (Bijbelse)  waarheid zelf? Of ligt die norm in de de menselijke rede? Of in een combinatie ervan? Daarover moeten we verder met elkaar spreken.

Kon je deze post waarderen? Ondersteun dan Robbert Veen op Patreon!
en.pdf24.org    Send article as PDF   

One thought on “De vraag naar de waarheid en de wreedheid van de ketterij”

Geef een reactie