Gastblog: Aurelius Augustinus, EEN ZEER ONGEMAKKELIJKE “WAARHEID”

“22 Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. 23 Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet.”

(Citaat uit: De Bijbel, Herziene Statenvertaling, 1 Johannes 2:22-23)

Wat Ds. Van der Kaaij beweert, ook in zijn omstreden boek “De ongemakkelijke waarheid”, gaat daadwerkelijk terug op gnostische ideeën. Van der Kaaij sluit onder andere aan bij het gedachtegoed van Timothy Freke en Peter Gandy, die ooit het boek: “De mysterieuze Jezus” schreven in 1999, maar ook bijvoorbeeld “Jezus en de verloren godin” en “De lachende Jezus”. Ik heb zelf ooit “De mysterieuze Jezus” doorgelezen, een knap staaltje “onzin”, waarin allerlei overeenkomsten worden beschreven die Freke en Gandy menen te hebben gevonden tussen onder andere de god Osiris en Jezus. Ook overeenkomsten met het Mithraïsme (een officiële godsdienst in het Romeinse Rijk, die met name populair was bij Romeinse soldaten) worden genoemd. De Egyptische god Osiris en de Griekse god Dionysos zouden hier en daar zelfs Perzische vertakkingen kennen. Freke en Gandy combineren ter aperte verklaring in hun boek de namen van de twee belangrijkste afgoden tot één mythische godheid, zoals dat volgens hen gebruikelijk was vanaf de derde eeuw v. Chr.: Osiris-Dionysos. Ook Tjeu van den Berk heeft een boek geschreven met als titel “Het oude Egypte: Bakermat van het jonge Christendom”, waarin hij onderzoekt wat de mythische overeenkomsten zouden zijn tussen de Egyptische godsdienst en het Christendom. Ook hij noemt een aantal “frappante overeenkomsten” tussen Jezus Christus en Osiris:

“1. Beiden maken deel uit van een godheid die zich als een drie-eenheid manifesteert.
2. Beiden zijn goden die incarneren in een menselijke gestalte.
3. Beiden bezitten in zulke volle mate een menselijke natuur dat ze lijden en sterven.
4. Beiden dalen af in de onderwereld.
5. Beiden verrijzen drie dagen na hun dood.
6. Beiden spreken in het hiernamaals een oordeel uit over de morele waardigheid van ’s mensen onsterfelijke ziel.
7. Beiden kennen een sacramentele inwijding in hun mysteries.”

(Citaat uit: Tjeu van den Berk: “Het oude Egypte: Bakermat van het jonge Christendom”, Uitgeverij Meinema Pelckmans 2011, blz. 141)

Ik vraag me af wat dit bewijst, want zelfs in de Indische (Brahmaanse en Hindoeïstische) godsdienst is sprake van een drie-eenheid, namelijk de zogeheten “trimurti” van Brahma, Vishnoe en Shiva. Ook het Mahayana Boeddhisme kent een “trikaya” (drie-eenheid): de drie “lichamen” (waarheid, vreugde en verschijning) van de Boeddha. En er zijn nog meer religies waarin een soort drie-eenheid wordt gehuldigd en dit is dus niet iets wat zuiver en alleen in het Christendom aanwezig is (in de Bijbel wordt zelfs niet eens zo expliciet gesproken over een “drie-eenheid”). Maar goed. Wel is duidelijk, dat de verschillende vormen van drie-eenheid inderdaad nogal van elkaar verschillen, al naar gelang de religieuze opvattingen van de volgelingen van een bepaalde godsdienst of vorm van spiritualiteit. Ook zijn er meerdere godsdiensten waarin goden incarneren in een menselijke gestalte, in dit geval is dat dus niet voorbehouden aan Osiris of aan Christus. Alleen verschilt ook daar steeds de religieuze betekenis of achtergrond. Eigenlijk kan ik zo ongeveer punt voor punt het één en ander afvinken… De onderwereld wordt bijvoorbeeld genoemd, waarin zowel Osiris als Christus afdalen. Maar in de Griekse mythologie daalt Orpheus daarentegen óók af in het schimmenrijk van de Hades, de onderwereld. De eerstgenoemde zou in die onderwereld afdalen om de heerser over de schimmen te smeken zijn echtgenote Eurydice aan hem terug te geven. Er wordt verder tevens gewag gemaakt van een afdaling van Naciketas in de onderwereld in de Indische Katha Upanishad (Vedisch). Hij wordt door zijn vader als offer aan de god Yama (de god van de dood) gegeven. Moet ik nog verder gaan?

Wie was Osiris eigenlijk? Osiris is zoals gezegd een godheid uit de Egyptische mythologie. Hij was de eerste koning van het Oude Egypte en trouwde met Isis, zijn zuster. De vader van Osiris was de god van de aarde Geb, en zijn moeder Noet de godin van de hemel. Ook hier zien we een goddelijk incestueus huwelijk tussen Geb en zijn zuster Noet. Osiris zou uit de hemel zijn gekomen, en als eerste farao gold hij als de god van de wederopstanding en de vruchtbaarheid.

“De broer van Osiris was Seth. Seth was jaloers op zijn broer omdat hij koning was. Daarom bedacht hij een list. Hij maakte een kist en via een leugentje moest Osiris er ‘even’ inkruipen. Seth sloot toen de kist en gooide die in de Nijl, maar Isis vond de kist terug. Seth werd woedend en hakte het dode lichaam van Osiris in stukken en gooide deze over de uithoeken van het oude Egypte. Isis (Osiris’ vrouw) trok jarenlang rond op zoek naar de stoffelijke resten van haar echtgenoot. Na lang zoeken vond ze de lichaamsstukken terug behalve zijn geslachtsorgaan en mummificeerde het tot één geheel. Osiris was er lang genoeg om nog een kind te verwekken: Horus. Die werd na een lange strijd met Seth koning van Egypte.” (Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Osiris_%28mythologie%29)

En wie was Dionysus? Dionysus was de Griekse god van de wijn, zoon van Zeus en de sterfelijke Semele (Zeus pleegde dus overspel, zijn echte gemalin was de godin Hera). De overeenkomst met Christus zou zijn, dat er onder andere sprake was van de zogeheten inwijdingsmysteriën van Eleusis ter ere van onder andere Dionysos. Deze Dionysos wordt in het verhaal van De Bacchanten namelijk net als Jezus getypeerd als de verkondiger van een “nieuwe” mysteriereligie. De tiran Pentheus gelooft totaal niet in die godmens Dionysus en laat hem gevangennemen. Dionysus laat zich net als Jezus zonder enig verzet gevangen zetten en reageert op de ondervragingen met: “U weet niet wat u doet, noch wat u zegt, noch wie u bent.” Dit zou volgens Freke en Gandy sterk gelijken op de uitspraak van Christus in Lucas 23:34 “En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” Het grote verschil is natuurlijk dat Dionysos zijn antwoord geeft tijdens de ondervraging door Pentheus en dat Jezus zijn woorden tot God spreekt terwijl hij aan het kruis hangt. Ná zijn verhoor door Pilatus dus. Dat wordt echter verder veronachtzaamd door Freke en Gandy in hun boek “De mysterieuze Jezus”. Ze dreunen een groot aantal zaken op, die de Egyptisch-Griekse afgod Osiris-Dionysos gemeen zou hebben met Jezus. Maar via ons verstand kunnen we natuurlijk overal wel allerlei “frappante” overeenkomsten ontwaren.

Dit neemt natuurlijk niet weg dat de genoemde Egyptische mythen omtrent geboorte, sterven en opstanding niet zouden hebben bestaan, waar met name de zon als een god werd vereerd. Ds. Van der Kaaij sluit zoals hierboven is gezegd dus min of meer aan bij Freke en Gandy, en beweert dat Jezus via deze mythen dus helemaal terug zou gaan tot Osiris, de opstaande en stervende Egyptische god. Van der Kaaij gaat zelfs verder, door te stellen dat in een dergelijke Egyptische cultus ene Christus aanbeden zou zijn. De kerk zou aan het begin van de jaartelling deze mythische god klakkeloos aan de historische persoon Jezus van Nazareth hebben verbonden. De Heere Jezus Christus zou volgens Van der Kaaij dientengevolge nooit echt hebben bestaan als historische persoon. Hij is niets meer dan een mythe en het christendom is dus een slechts een uitvinding van de kerk. Alleen vergeet de heer Van der Kaaij volgens Dr. G. van den Brink, hoogleraar theologie en wetenschap van de Vrije Universiteit te Amsterdam, dat zijn verhaal totaal geen historische grond heeft dat het allemaal zo gegaan is als dat hij – samen met Freke en Gandy – beweren wil. De ontkenning van de historiciteit van Jezus Christus schijnt om de zoveel tijd weer op te duiken, in tegenstelling tot het bewijsmateriaal dat pleit voor het bestaan van Jezus.

Freke en Gandy schrijven in hun boek “De mysterieuze Jezus” zelfs dat ze veronderstellen dat Paulus van Tarsus een gnosticus zou zijn geweest, die dan wel bekend staat als een bestrijder van de heidense gnostici, maar bijvoorbeeld door de gnosticus Valentinus immers wordt beschreven als “de grote apostel”. Valentinus zou er zelfs aan hebben verbonden, dat “Paulus de uitverkorenen inwijdde in de ‘diepste mysteriën’ van het christendom, die de geheime doctrine van God openbaarden. Onder deze ingewijden bevond zich de leraar van Valentinus, Theudas, die op zijn beurt Valentinus inwijdde.” (citaat uit: Timoty Freke en Peter Gandy: “De mysterieuze Jezus. Was Jezus oorspronkelijk een heidense god?” Uitgeverij Synthese BV Den Haag 2005, blz. 192). Maar wat zegt dat allemaal? Wat Valentinus op een bepaalde manier heeft beweerd, is dat maatgevend of Paulus van Tarsus opeens een gnosticus zou zijn geweest? Ik ken geen enkele serieuze historicus en onderzoeker naar het leven van Paulus die dit zou willen beweren. Maar het gnostische geloof is juist wat Ds. Van der Kaaij blijkbaar aantrekt, want hij beweert in een interview: “De mens heeft iets goddelijks.” Dit is precies wat Freke en Gandy voorin hun gnostisch georiënteerde boek “De mysterieuze Jezus” schrijven, ik citeer: “Dit boek draag ik op aan de Christus in jou.” (citaat uit: Timoty Freke en Peter Gandy: “De mysterieuze Jezus. Was Jezus oorspronkelijk een heidense god?” Uitgeverij Synthese BV Den Haag 2005, blz. 5).

Ik heb op zich niks tegen een gnostisch geloof. Het beweert echter dat we vanuit onszelf tot de verlossing zouden kunnen komen. Dr. G. van den Brink, hoogleraar theologie en wetenschap van de Vrije Universiteit te Amsterdam stelt wat dit betreft mijns inziens terecht, ik citeer hem:

“Met name Paulus en Johannes richten zich nadrukkelijk tegen de gedachte dat we vanuit onszelf tot verlossende kennis (gnosis = kennis) van God kunnen opklimmen zonder Jezus daarvoor nodig te hebben. Johannes bijvoorbeeld zegt niet zonder reden: ‘Elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God’ (1 Joh.4:3). Daarmee wijst hij leringen af waarin men het wel over Christus had, maar ontkende dat Deze als mens van vlees en bloed op aarde geleefd heeft.”

Wanneer we predikanten als Ds. Van der Kaaij tolereren in de kerk van Christus, dan halen we in mijn optiek eigenlijk letterlijk het heidendom binnen. Dat klinkt misschien heftig, maar hij baseert zich immers op heidense godsdiensten en heidense afgoden zoals de Egyptische Osiris en de Griekse Dionysos die slechts een mythische Christus veronderstellen en de uniekheid en historiciteit van de Heere Jezus Christus ontkennen. Dat wordt op een gnostische wijze gepresenteerd en zoiets appeleert misschien ook aan de introductie van Oosterse godsdiensten in het Westen en de zogenaamde New Age stroming, maar heeft met het geloof in de Heere Jezus Christus zoals we dat kennen vanuit de Bijbel niets te maken. Althans, zo heb ik het begrepen.

Met beleefde groet,

Aurelius Augustinus

Van der Kaaij:

10986175_365686413632423_5397363597198425451_n

Kon je deze post waarderen? Ondersteun dan Robbert Veen op Patreon!
www.pdf24.org    Send article as PDF   

2 thoughts on “Gastblog: Aurelius Augustinus, EEN ZEER ONGEMAKKELIJKE “WAARHEID””

  1. Wat heden ten dage gebeurt, en daar waar Ds. Van der Kaaij een kind van zijn tijd is, is dat spiritualiteit veelal een vorm van “shoppen” is geworden. En het is wijdverbreid en hardnekkig en appelleert duidelijk aan de Westerse “ik”-gerichte cultuur, waar mensen zelf wel uitmaken hoe het allemaal zit, ook in godsdienstig opzicht. Niet dat ik dat zou willen bestrijden; ik heb er immers niets mee van doen wat iemand wil geloven. Maar elke religieuze richting, elke weg heeft zijn specifieke en essentiële karakteristieken. Wanneer je van elke weg lukraak wat gaat overnemen wat je bevalt in je bij elkaar geshopte “religie”, en weglaat wat je niet bevalt, krijg je een soort slappe ego-gerichte soep, die niemand kan versterken. Het zal volgens mij nergens toe leiden… God heeft Zijn boodschap aan ons gegeven in de Bijbel, en Zijn Zoon de Heere Jezus Christus is de Weg, de Waarheid en het Leven (Johannes 14:6). Je kunt niet zomaar in het wilde weg gaan sleutelen aan de door God gegeven Weg in Christus, omdat je dan een valse leer gaat introduceren in het Christelijk geloof. Dat je zoiets voor jezelf doet, is nog daar aan toe, maar als voorganger in de kerk is het publiekelijk uitdragen daarvan toch wel zeer merkwaardig en zelfs afkeurenswaardig, vind ik.

    Ik wil wel zo ruimdenkend zijn, dat als iemand bijvoorbeeld voor het Boeddhisme kiest, voor de Islam of voor het geloof in Christus, dat hij of zij dat dient te volgen tot in het uiterste en geen enkele vermenging toelaat. Dat betekent ook dat we elkaar met rust moeten laten en niet proberen de ander actief te bekeren tot het geloof dat we zelf aanhangen. Omdat dit slechts tot conflict, pijn en menselijk lijden kan leiden. We hoeven in het gesprek slechts te getuigen van wat we geloven, en goed te luisteren naar de ander. Dat kan een dialoog zijn en hoeft geen debat te worden met als doel het geloof van de ander onderuit te halen teneinde zelf “het gelijk” te behalen. Hierin gaat Petrus ons voor in diep respect:

    “14 Maar als u ook zou moeten lijden vanwege de gerechtigheid, dan bent u zalig. En wees niet bevreesd zoals zij bevreesd zijn, laat u niet in verwarring brengen,
    15 maar heilig God, de Heere, in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en eerbied.”

    (Citaat uit de Bijbel, Herziene Statenvertaling, 1 Petrus 3:14-15)

    Dit alles laat onverlet, dat ik van mening ben, dat als een predikant religievreemde elementen introduceren wil in het Christelijk geloof, hij of zij verantwoordelijk moet worden gehouden voor het feit dat er sprake is van een verloochening van het eigen ambt en de geloofsbelijdenis van de kerk. Het lijkt me dat je dan je verantwoordelijkheid moet nemen en dient op te stappen. En als je niet opstapt, dient de PKN je te schorsen en uiteindelijk te ontslaan. Vooralsnog lijkt dat niet te gebeuren. Het is niet zo dat ik tegen Ds. Van der Kaaij ben, maar hij kan zich in mijn optiek geen predikant meer noemen binnen de PKN, omdat hij immers glashard ontkent dat Christus ooit heeft geleefd. Hij zet de basis van het geloof op losse schroeven, ook al beweert hij dat hij gelooft in een mythische Christus. Maar dat is in mijn ogen geen geloof in de Heere Jezus Christus, zoals wij die kennen vanuit de Bijbel: de Zoon des mensen en de Zoon van God, die onder de mensen heeft geleefd, gekruisigd is door Pontius Pilatus en weder opgestaan. Dat alles ter verzoening van onze zonden en tot ons heil in het geloof. Ik neem wat dit betreft een duidelijk standpunt in, ondanks dat ik begrijp dat iemand als Van der Kaaij een ander geloof kan hebben. Maar het ambt van predikant kan hij wat mij betreft zoals gezegd niet meer uitoefenen, zeker niet omdat hij zijn afwijkende “leer” of gnostisch getint “geloof” dus actief uitdraagt.

    Met beleefde groet,

    Aurelius Augustinus 🙂

  2. Precies daar ligt ook voor mij het zwaartepunt. De integriteit van het ambt wordt geschonden! Maar voor het overige blijven zijn standpunten merkwaardig: we waren daar toch al weer een tijdje overheen gegroeid. Maar wie Christus wil loochenen en respectabel wil blijven, vindt dan altijd wel weer religiewetenschappers die het unieke karakter van Jezus loochenen.

Geef een reactie