Gij zult niet echtbreken

Enkele inleidende gedachten over het verbod van echtbreuk


1. Als je het Oude Testament doorleest, ontkom je niet aan de indruk dat het verbod op overspel of echtbreuk (niet: verbod op echtscheiding) alleen nog maar wordt overtroffen door het verbod op afgoderij. Het is blijkbaar van buitengewoon groot belang, ook in het Nieuwe Testament. De relatie tussen man en vrouw is zo belangrijk, dat in de lijsten van zonden bijvoorbeeld bij Paulus, seksuele zonde een zeer grote rol speelt. Waarom is dat zo? Wat maakt de relatie tussen man en vrouw tot het paradigma van alle sociale relaties?

2. In zijn “inleiding op de Bijbelse ethiek” van Robertson McQuilkin vind je deze uitleg:

“Het gebod van seksuele trouw,” zegt hij,” laat duidelijk zien wat het doel van de wet is, beter nog dan veel andere deugden, namelijk het welzijn van de mens. Menselijke seksualiteit is een van de meest waardevolle gaven van God aan de mens. Maar je zou dit kunnen zeggen: de nogal besmeurde geschiedenis van de mensen in dit opzicht en de diepe angst en het lijden binnen de persoonlijke ervaring van vrouwen laat toch wel zien dat de vreugde rondom de seksualiteit vooral toekomt aan degenen die,” zoals hij het noemt: “de fabrieksinstructies volgen.”

Die “fabrieksinstructies” berusten op iets, dat in toenemende mate als ouderwets en als beperking van de menselijke vrijheid wordt gezien, namelijk het onderscheid van sociale rollen gebaseerd op geslacht.

Het onderscheid van man en vrouw

3. Wat de Bijbel betreft lijkt het duidelijk te zijn, dat de mens alleen maar bestaat als man en vrouw. Zo lezen we in Genesis dat God de mens maakte in Zijn eigen beeld, en meteen daarna: “mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.” Het onderscheid van de geslachten wordt daarom niet bepaald door voorkeuren of keuzes, maar is een lichamelijk en geestelijk onderscheid gebaseerd op de realiteit, en door de schepper precies zo bedoeld. (Dus geen toeval of de uitkomst van een willekeurig evolutionair proces.)

4. Het belang van de relatie tussen man en vrouw wordt nog benadrukt wanneer het scheppingsverhaal nadrukkelijk spreekt over een aparte schepping van de vrouw. Dat betekent dat zowel mannen als vrouwen elk als individu een volkomen voorbeeld zijn van wat het betekent om een mens te zijn. Maar het betekent ook, dat ze de volledige strekking van het mens zijn alleen maar in hun onderlinge relatie kunnen verwerkelijken. Volgens het scheppingsverhaal zijn ze immers zo geschapen, dat ze elk op een eigen manier in de wereld staan. De man is gemaakt uit het stof van de aarde. De vrouw is gemaakt uit de rib van de man. Voor zover het materiaal hier van betekenis is, staat de vrouw in de scheppingsorde dus hoger. Zij komt uit een ander levend wezen voort, terwijl de mens Adam afkomstig is uit het stof van de aarde. Tegelijkertijd wordt daarmee een functioneel onderscheid duidelijk. Omdat ze een verschillende herkomst hebben, heeft de schepper voor elk van beide ook een andere (psychologische) functie op het oog.

5. Man en vrouw zijn in ieder geval geschapen om in relatie te staan. De Bijbelse tekst zegt “het is niet goed dat Adam (de mens) alleen zou zijn.” De mens is niet bedoeld om een solitair wezen te zijn. De vrouw als een metgezel van de man maakt de mens tot een sociaal wezen. De vrouw is anders dan hij en het resultaat van een afzonderlijke scheppingsdaad van God. Tegelijkertijd is zij aan hem gelijk en is zij “been van mijn been en vlees van mijn vlees.” Gelijk en gelijkwaardig aan de man in haar mens zijn; bedoeld om samen met de man de compleetheid van de mens tot stand te brengen. En om die reden fysiek, emotioneel en in verantwoordelijkheid ook verschillend. 

De eenheid van man en vrouw

6. Die compleetheid van de mens ligt in het Bijbelse perspectief in het huwelijk. Het verlaten van vader en moeder en het worden tot één vlees in het huwelijk betekent zowel een afscheid van de relatie tot de ouders als een daaropvolgende sterke persoonlijke toewijding en betrokkenheid op de partner. In alle gebieden van het leven is er dan sprake van een wederkerige afhankelijkheid. De volkomenheid van de mens wordt bereikt in de eenheid van man en vrouw, die wordt ervaren in de seksuele vereniging – die dan tegelijkertijd de vruchtbaarheid van de mens inhoudt. De hele relatie tussen man en vrouw moet in het teken staan van deze eenheid, deze complementariteit en deze intimiteit zodat ze een weergave wordt van Gods beeld en gelijkenis.

7. We kunnen hieruit concluderen dat man en vrouw in ieder geval op een gelijke wijze het beeld van God dragen. Dat wordt nog eens benadrukt in het Nieuwe Testament waar Paulus schrijft in het derde hoofdstuk van Galaten dat “in Christus is noch man noch vrouw” (vers 28). Tegenover God of als christen is er dus geen onderscheid. Het betekent echter niet dat er geen onderscheid is in de sociale rol.

8. Onderscheid betekent echter ook niet inferioriteit. Het behandelen van vrouwen als inferieur aan mannen is overduidelijk een zonde, maar daaruit kan niet worden geconcludeerd dat de Bijbel gelijkheid van mannen en vrouwen in alle taken en opdrachten ondersteunt, of dat mannen en vrouwen even competent zijn in alle sociale rollen en functies. In de rollen die aan de vrouw toekomen, zijn vrouwen superieur aan mannen. Dat geldt omgekeerd dan ook voor mannen. Hier moeten we niet spreken van gelijkheid maar van gelijkwaardigheid. De mannelijke rol en de vrouwelijke rol hebben dezelfde waarde. Maar het wil niet zeggen dat mannen op gelijke wijze de rol van vrouwen kunnen vervullen, of dat vrouwen op gelijke wijze de rol van mannen kunnen vervullen.

Alleenstaanden en de schepping van de mens

9. Wanneer het scheppingsverhaal vertelt dat het niet goed is dat de man alleen zou zijn – dus dat alleen man zijn de inhoud was van het mens zijn – kortom vanwege het gebrek van het mannelijke als zodanig, schept God een partner voor Adam om hem compleet te maken. We spreken dan in de eerste plaats over een psychologische complementariteit. Het fysieke onderscheid tussen mannen en vrouwen staat in dienst van hun wederkerige psychologische aanvulling. Alleen op die wijze kan de mens laten zien dat hij in het beeld en naar de gelijkenis van God geschapen is.

10. Tegenover het moderne probleem van alleenstaanden heeft dit belangrijke consequenties. Er zijn twee extreme visies. Het eerste is dat ongehuwd zijn een volstrekt kwaad is. Het andere uiterste is, dat ongehuwd zijn een hogere status heeft dan het huwelijk.

11. De Bijbel leert dat een alleenstaande een hogere vervulling kan vinden in zijn of haar relatie met God – 1 Kor. 7. Christus heeft geleerd dat sommige mensen het vermogen hebben om alleen te blijven ter wille van Gods Koninkrijk – Mattheus 19:10-12. Wie deze bijzondere gave van alleenstaanden niet heeft, wordt door Paulus nadrukkelijk bevolen om in een huwelijk te treden (1 Kor. 7:2). Als het verlangen naar seksuele vervulling zo sterk is, dat iemand moeite heeft zich in dat opzicht te beheersen, is het duidelijk dat zo iemand de gave van “alleen-staan ter wille van het koninkrijk” niet heeft.

12. Daar staat tegenover dat de Bijbel ook duidelijk maakt dat het huwelijk normaal gesproken Gods bedoeling is voor alle mannen en vrouwen. Dat weerlegt dus het andere extreme idee, dat er iets verwerpelijks zou zijn in de seksuele relatie binnen het huwelijk.

Het is wel aardig om vast te stellen, dat de Bijbel begint met het huwelijk van Adam en Eva, en eindigt met het huwelijk van Christus met het Hemelse Jeruzalem. Het midden van de Bijbel is het boek Hooglied dat de deugd van het huwelijk bezingt. En dan is ook nog het eerste wonder dat Christus verrichtte in het kader van een huwelijk geweest.

De doelen van het huwelijk

13. Waarom is het huwelijk zo belangrijk? We hebben al gezien dat een mens alleen eigenlijk incompleet is. Een mens heeft een partner nodig.

Het eerste doel van het huwelijk is dus eenheid, heelheid, kameraadschap – liefde.

Het tweede doel van het huwelijk is verbonden met het bijzondere gebod om vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen. Uiteraard is dat iets wat mensen en dieren gemeenschappelijk hebben. Maar het bijzondere van de menselijke voortplanting, is de volledige verantwoordelijkheid van ouders om voor hun kinderen te zorgen. Iets wat bij dieren maar voor een beperkte periode en zuiver instinctmatig plaatsvindt. Voortplanting vindt bij de mens plaats in de context van gezin en familie. Het is niet alleen gericht op reproductie, maar is onderdeel van het familieleven.

Het derde doel van het huwelijk is, om mannen en vrouwen de kans te geven om in hun eigen leven en relatie iets te ervaren van het karakter van God. God is een wezen dat in zichzelf volmaakte relatie en dus liefde is. De innerlijke verhouding van Vader, Zoon en Heilige Geest is het karakter dat het patroon is geworden van de schepping van de mens. Het huwelijk wordt geacht dat patroon van liefde dat bestaat in God zelf in zekere zin te volgen. De relatie van God en de mens, en de relatie van man en vrouw zijn daarom met elkaar verbonden. Hoe meer een mens ervaart van de waarde van de relatie in het huwelijk, en hoe meer hij of zij in staat is om de relatie tussen God en de mens te begrijpen, hoe meer hij of zij ook in staat is de innerlijke relatie tussen de personen van de godheid te begrijpen.

De grondslag van het verbod op echtbreuk

14. Een essentieel ingrediënt van de eenheid tussen man en vrouw heeft zelf een negatief karakter. Een man moet zijn vader en moeder verlaten voordat hij op gepaste wijze zijn vrouw kan aanhangen vertelt ons het tweede hoofdstuk van Genesis. Deze verlating is geen geografische of fysieke verwijdering, maar een fundamentele verandering van loyaliteiten. Het gaat om een psychologische afzondering. Maar dat geldt ook voor de verhouding van de huwelijkspartners tegenover andere mensen. Met niemand anders kan deze zelfde relatie van geest en lichaam worden aangegaan of gevonden. Het huwelijk is een exclusieve relatie. De eenheid tussen man en vrouw is afhankelijk van de afscheiding van beiden tegenover hun ouders en alle andere mensen.

15. Het huwelijk is kwetsbaar voor grove zonde. Voor misbruik van intimiteit, voor huiselijk geweld, voor manipulatie, die kan uitmonden in een liefdeloze en uitsluitend voor de uiterlijke schijn voortgezette verbintenis, en zo een parodie kan worden van zichzelf. Maar de belangrijkste schending van het huwelijk is ongetwijfeld het overspel.

Iemand schreef al in 1969:

“Veel deskundigen koesteren nu twijfels over onze culturele overtuiging dat de meerderheid van mannen en vrouwen het meest gelukkig zal zijn als ze monogaam en trouw zijn; het zou wel eens kunnen zijn dat velen die inderdaad trouw blijven aan één enkele partner gedurende het hele leven, een hoge prijs moeten betalen. In de vorm van frustratie, van ergernis over hun partners en van het verdorren van hun eigen gevoelsleven. Overspel lijkt beter te passen bij de emotionele vermogens en verlangens van veel mensen, in het bijzonder van mannen; het biedt iets nieuws, wekt opwinding en een geeft een voortdurende stroom  van ervaringen waarin een mens zich steeds opnieuw ontdekken kan; het is het antwoord op de verveling van een levenslange monogame staat. Wij zijn van nature polygaam.”

16. Is dat zo? De wet in de Bijbel die het overspel verbiedt, is bedoeld om ons welzijn te bevorderen. Deuteronomium 10:12, 13 zegt, dat “de Heere vraagt om Hem lief te hebben… De geboden en de inzettingen van de Heere, die ik (Mozes) u heden oplegt, te onderhouden, opdat het u wèl ga.” Als echter naar modern psychologisch inzicht het huwelijk de emoties doet verdorren, de ontdekking van je eigen persoonlijkheid en frisse, nieuwe ervaringen in de weg zit en alleen maar verveling oplevert, kan dan de waarde van het verbod op het overspel toch worden ingezien?

17. In het Bijbelse perspectief moeten we zeggen dat de geboden en verboden van God uiteindelijk altijd bedoeld zijn om het welzijn te bevorderen. Hoe wordt dat dan zichtbaar in het verbod op echtbreuk? Trouw in een huwelijk is goed omdat het de relatie tussen partners maximaliseert. Het leidt tot – in beginsel – de maximale ervaring van de seksualiteit; het leidt tot een levenslange bescherming van de kwetsbare partner; het geeft de sfeer die kinderen nodig hebben om op te groeien als volledige mensen; en tenslotte geeft het bescherming aan de relatie van een persoon met God.

Het ethische probleem van de echtscheiding

18. Christus heeft duidelijk geleerd dat de oorspronkelijke bedoeling van God ten aanzien van het huwelijk te vinden was in het scheppingsverhaal. Een huwelijk is tussen een man en een vrouw voor het leven. Maar zowel Mozes, Jezus als Paulus hebben uiteraard erkend dat het ideaal niet altijd gehaald wordt. Daarom vinden we in de bijbel beperkingen en veiligheidsmaatregelen waarmee het menselijk falen kan worden hersteld of in ieder geval de schade kan worden beperkt.

19. Zo heeft Mozes in Deuteronomium 24 geen aanbeveling gedaan om bij het minste of geringste al tot echtscheiding te besluiten, maar hij heeft de echtscheiding ook niet verboden. In Deuteronomium gaat het om aanwijzingen om de vrouw te beschermen als haar man van haar scheidt. Christus noemt dat een concessie aan de hardheid van het hart in Mattheus 19. Een concessie dus aan de zonde. Dat was Mozes. Een man kon niet zomaar zijn vrouw wegsturen; hij moest haar een echtscheidingbrief meegeven zodat zij in staat was iemand anders te trouwen en niet in de marge van de samenleving zou belanden. De wet bepaalde ook dat de eerste echtgenoot zijn gescheiden vrouw niet kon hertrouwen, omdat ze “onrein” was geworden. Daar wordt geen reden voor gegeven en het is wellicht daarom dat protestanten dit element van de wet nooit hebben toegepast.

20. De grote vraag is nu of Christus of Paulus deze concessies van Mozes aan het menselijk falen hebben overgenomen. Christus heeft volgens Mattheus 19 de echtscheiding verboden “behalve op grond van (porneia, “onzedelijkheid”) sexuele zonde.” Sommigen hebben deze uitzondering genegeerd. Mattheus zou dat alleen maar erbij bedacht hebben, omdat hij als jood het absolute verbod van Christus te streng vond. Sommige anderen hebben de uitdrukking in het Grieks als “overspel” geïnterpreteerd en gezien als een verwijzing naar de ontdekking dat de pas gehuwde vrouw geen maagd blijkt te zijn. Dat was een belangrijke voorwaarde van een joods huwelijkscontract; wanneer de vrouw geen maagd bleek te zijn kon dat contract worden verbroken.

21. Anderen zeggen dat het Griekse woord verwijst naar de lijst van verboden huwelijken in Leviticus 18. Als de echtscheiding gebaseerd was op een van de vormen van overspel in Leviticus 18, was het toegestaan – in dat hoofdstuk vinden we een reeks van incestueuze verhoudingen. Sterker nog, als een huwelijk op zichzelf verboden was en toch werd gesloten, was een echtscheiding alleen maar een herstel van de vorige situatie. Het hele argument veronderstelt wel dat de christelijke kerk gebonden is aan de letterlijke interpretatie van Leviticus 18.

22. Op die manier mogen we echter het Griekse woord porneia niet begrijpen. Het betekent niet alleen maar overspel, en het heeft niet de beperkte betekenis van verboden relaties die door sommigen is voorgesteld. Het woord verwijst naar Levitische vormen van incest, maar ook naar overspel, seks voor het huwelijk, bestialiteit, seks met minderjarigen en homoseksuele relaties. Dit is het woord dat de Grieken gebruiken voor elke vorm van seksuele zonde. (Woorden met een brede betekenis kunnen niet willekeurig worden gereduceerd tot een meer beperkte betekenis behalve wanneer de context dat noodzakelijk maakt.)

23. Belangrijk is ook de vaststelling dat een echtscheiding specifiek tot doel had om een nieuw huwelijk mogelijk te maken. Het ging werkelijk om de opheffing van een huwelijksrelatie, en niet zomaar om een separatie. Daarover ging het in Deuteronomium. Een man kan niet zomaar zijn vrouw wegsturen of haar in de steek laten. Hij moet haar een document van echtscheiding overhandigen zodat ze vrij is om te hertrouwen.
Als Jezus een uitzondering maakt en echtscheiding toestaat op grond van porneia, dan kan dat alleen tot doel hebben om een tweede huwelijk mogelijk te maken, anders is het helemaal geen uitzondering. Het is niet ondenkbaar dat iemand er verkeerd aan doet om tot echtscheiding over te gaan, maar na de echtscheiding is een tweede huwelijk geen geval van overspel. Wat ook de reden van de echtscheiding geweest is.

24. Binnen het Jodendom van die tijd vinden we twee vergelijkbare opvattingen. Aan de ene kant vinden we een strikte interpretatie van het vierde hoofdstuk van Deuteronomium, in de leringen van Shammai. Echtscheiding en hertrouwen waren alleen toegestaan op grond van een of andere seksuele onzuiverheid; nog niet eens overspel omdat daarop de doodstraf stond. Het is onduidelijk wat we ons daarbij moeten voorstellen, maar zoiets als flirten of contact met een andere man van lichamelijke aard is hier denkbaar.

25. Tegenover de school van Shammai, stond de school van Hillel. Deze Farizese leraar was van mening dat elke ergernis voldoende grond was voor een echtscheiding. Als een vrouw al dan niet regelmatig het eten liet aanbranden, dan was een echtscheiding al gegrond. In deze controverse tussen de beide scholen lijkt Jezus minder ver te gaan dan Shammai. Alleen daadwerkelijk seksueel overspel is voor hem een grondslag voor echtscheiding. In alle andere gevallen is het de opdracht aan de huwelijkspartners om hun relatie te herstellen.

De algemene regel is dus: geen echtscheiding. Christus geeft zelf deze regel. Maar Hij geeft wel een enkele uitzondering: als een van de partners in het huwelijk seksueel overspel pleegt, geldt voor de andere partner dat die geen overspel pleegt als deze, na een echtscheiding, hertrouwt.

26. Maar dat is niet het hele verhaal. In het zevende hoofdstuk van 1 Korinthe bevestigt Paulus het algemene principe dat er geen echtscheiding moet zijn. Dat doet hij met een beroep op de woorden van Christus. Als de partner toch besluit weg te gaan, zonder formele echtscheiding, zijn er maar twee opties: ongetrouwd blijven of je met je partner te verzoenen. Als de partner die weggaat hertrouwt of overspel pleegt, zijn we weer terug bij de uitzonderingsclausules van Christus. Dan is hertrouw zonder meer toelaatbaar. 

27. Dan is er bij Paulus nog het probleem van een partner die weggaat, maar een ongelovige is. Paulus zegt dan dat zo iemand niet moet worden tegengehouden. Omdat het gaat om gedrag, heeft een doopbewijs hier weinig betekenis. Het gaat om iemand die zich gedraagt als een ongelovige of hij of zij nu lid van de kerk is of niet. In Protestantse kringen werd dit de tweede uitzondering: kwaadwillige verlating. Velen zien dat niet zo. Maar de meeste protestanten zien in kwaadwillige verlating een legitieme grondslag voor echtscheiding met als mogelijke uitkomst een tweede huwelijk. Kwaadwillige verlating staat in feite gelijk aan een echtscheiding, waarbij de kwaadwilligheid zich ook daarin toont dat iemand de formele echtscheiding niet toelaat.

28. Stel nu dat iemand gescheiden is en een nieuw huwelijk aangaat op andere gronden dan overspel of kwaadwillige verlating? Stel dat iemand zijn of haar partner gewoon “zat” is? Zo iemand, volgens de Bijbel, pleegt overspel. In de meeste gevallen zal een ongelovige man of vrouw, althans een die zich gedraagt als een ongelovige, na een echtscheiding zeker een nieuw huwelijk aangaan. De gelovige man of vrouw is daarmee vrijgesteld om zelf te hertrouwen.

29. Maar wat moeten we zeggen van iemand die overspel pleegt door te hertrouwen na een echtscheiding zonder Bijbelse gronden? Sommigen zeggen dat een  tweede huwelijk in zichzelf een overspelige relatie is en dat het enige ware teken van berouw berust op het ontbinden van dat huwelijk. Er zijn echter maar weinigen die deze visie hebben ondersteund.

30. Een van de meest interessante pogingen om deze vraag te beantwoorden, maakt gebruik van de gedachte dat nergens in de bijbel een rechtstreeks verbod op polygamie voorkomt. God heeft polygamie in de tijd van de aartsvaders toegestaan, en de eis om trouw te blijven aan je partner is onverminderd ook van kracht voor de tweede of derde vrouw. Een echtscheiding als een middel om een overspelige relatie te beëindigen, is een daad van ontrouw tegenover de tweede partner. Een tweede echtscheiding is  simpelweg een andere zonde die wordt begaan terwijl een eerdere zonde daarmee niet wordt hersteld. De hertrouwde man of vrouw moet trouw blijven aan zijn of haar tweede partner. Op dezelfde manier is het volgens Paulus weliswaar een zonde  om een ongelovige te trouwen, maar als het huwelijk eenmaal tot stand is gekomen, moet het gelden als de wil van God en wordt het een zonde om dat huwelijk te breken.


31. Ik heb deze details van de Bijbelse wetgeving op het gebied van huwelijk en echtscheiding naar voren willen halen als voorbeelden van concreet bijbels nadenken over ethische vragen. Het is één ding om de algemene beginselen te halen uit de 10 geboden zoals wij hier vooral gedaan hebben. Maar ethische vragen worden in bijbels verband niet beantwoord met losse stellingen. Het gaat steeds om het geheel van het bijbelse getuigenis. Alleen binnen dat geheel kan worden vastgesteld wat de “wil van God” voor het menselijk leven is.

Kon je deze post waarderen? Ondersteun dan Robbert Veen op Patreon!

Geef een reactie