Ongeloof tegenover het Brood des Levens – over Johannes 6 – voorbereiding van de prediking

This entry is part 3 of 9 in the series Exegese

Ongetwijfeld is het ongeloof waarmee Jezus werd geconfronteerd ook een deel van Zijn lijden geweest. We lezen immers dat Hij “zo’n tegenspraak van de zondaars tegen Zich heeft verdragen” (Heb. 12:3). Hij kwam om het verlorene te redden; Hij kwam tot het Zijne, tot Zijn volk en Zijn stad, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Hij kwam als de erfgenaam naar de wijngaard, maar de landbouwers grepen Hem en wierpen Hem buiten de wijngaard en doodden Hem. (Mat. 21:39) In Johannes 6 lezen we over de reactie van de toehoorders, wanneer Jezus spreekt over het Brood van het Leven. LEES HIER VERDER…

Johannes (32) – Het ware Brood uit de hemel (1)

Joh. 6:28-41 Ons gedeelte vandaag is de eerste helft van de lange redevoering die Jezus houdt bij de synagoge van Kapernaüm. De menigte die het wonder van het brood en de vissen heeft meegemaakt is Hem gevolgd – vers 22 – aangevuld met mensen uit Tiberias – vers 23. Je kunt je voorstellen dat het korte gesprek van vers 25 tot en met 27 nog heeft plaatsgevonden buiten de synagoge, aan de oever van de zee. In de synagoge is geen plaats geweest voor een grote mensenmassa, dus het gesprek heeft zich buiten de synagoge in de open lucht afgespeeld, LEES HIER VERDER…