Ongeloof tegenover het Brood des Levens – over Johannes 6 – voorbereiding van de prediking

This entry is part 3 of 9 in the series Exegese

Ongetwijfeld is het ongeloof waarmee Jezus werd geconfronteerd ook een deel van Zijn lijden geweest. We lezen immers dat Hij “zo’n tegenspraak van de zondaars tegen Zich heeft verdragen” (Heb. 12:3). Hij kwam om het verlorene te redden; Hij kwam tot het Zijne, tot Zijn volk en Zijn stad, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Hij kwam als de erfgenaam naar de wijngaard, maar de landbouwers grepen Hem en wierpen Hem buiten de wijngaard en doodden Hem. (Mat. 21:39) In Johannes 6 lezen we over de reactie van de toehoorders, wanneer Jezus spreekt over het Brood van het Leven. LEES HIER VERDER…

Johannes (64) – De missie van Vader en Zoon

Joh. 12:43-50 In dit gedeelte komt Johannes tot een samenvatting van de prediking van Jezus. Er is een laatste uitroep in vers 44, maar na vers 50 verdwijnt Jezus uit de openbaarheid. Tot het moment van Zijn arrestatie en kruisiging. Eerst heeft Johannes in vers 37 tot en met 43 een verklaring gegeven over het ongeloof van Israël. Hoewel velen van de joodse leiders in Hem geloofd hebben, hebben zij Hem niet beleden. Vers 43 geeft daar nog de reden van en daarmee is de diagnose compleet: “Want zij hadden de eer van de mensen meer lief dan de eer van LEES HIER VERDER…

Johannes (63) – De duisternis van het ongeloof

Joh. 12:35-40 Een van de moeilijkste dingen om te aanvaarden, is het Bijbelse oordeel over het ongeloof. Niet voor ongelovigen die er niet door geraakt zullen worden. Maar voor gelovigen die familieleden of kinderen hebben die hun geloof in Christus hebben verloren, of het evangelie kennen maar niet aanvaard hebben. Sommigen vinden het arrogant om het ongeloof te veroordelen, omdat het erop lijkt dat zij zichzelf als gelovigen hoger achten dan een ander. Velen zeggen dan, dat mensen die hun ongeloof hardop uitspreken toch ergens van binnen nog wel geloof zullen hebben. Ook al zijn ze niet kerkelijk betrokken, zullen ook zij LEES HIER VERDER…

Johannes (53) – Godslastering

Joh. 10:31-42 We komen aan het einde van het openbare optreden van Jezus. Nog één keer heeft Hij tegenover de joodse leiders duidelijk gezegd wie Hij is. Tijdens het feest van de inwijding van de tempel zegt Jezus nog eens, dat Hij God is, want “Ik en de Vader zijn één.” De werken die Hij gedaan heeft “in de Naam van Mijn Vader”, de genezingen, de broodvermenigvuldiging, dat alles getuigt van Hem. Trouwens, niet zuiver en alleen omdat het wonderen, bovennatuurlijke gebeurtenissen waren, maar vooral omdat het karakter van God daar in openbaar werd. Zijn liefde voor de wereld en LEES HIER VERDER…

Johannes (48) – Zo werkt ongeloof

Joh. 9:15-34 Het evangelie van Johannes is geschreven met de bedoeling dat de lezer zou gaan geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God. (20:31) Daarom komt het woord “geloven” in dit evangelie zo vaak voor. Het boek wil getuigenis afleggen van de persoon van Jezus Christus, in het bijzonder dat Hij de Zoon van God is om dit geloof bij de lezer op te wekken. Want het geloof is uit het gehoor, en wat je hoort is een getuigenis. Al meteen in het eerste hoofdstuk gaat het over getuigenis – vers 7 – en geloof – “die LEES HIER VERDER…

Johannes (37) – De herkomst van Jezus

Velen van Zijn discipelen hebben Hem verlaten, de joodse leiders proberen Hem te grijpen, Zijn broers geloven niet in Hem, de menigte feestgangers uit Galilea en andere delen van Israël zegt dat Hij door een demon is bezeten, en in het gedeelte van vandaag ontdekken we, dat de inwoners van Jeruzalem Hem ook verwerpen. De ene groep na de andere verwerpt Jezus. Tot ze uiteindelijk zullen roepen “kruisig Hem”! Er zijn ongetwijfeld verschillende redenen geweest om Jezus te verwerpen. En sommige mensen hebben ongetwijfeld met sympathie over Hem gesproken. “Sommigen zeiden: Hij is goed.” (7:12) Zo zijn er ook vandaag LEES HIER VERDER…

Johannes (34) – Woorden van eeuwig leven

Joh. 6:60-71 De menigte is Jezus gevolgd, aangetrokken door Zijn genezingen, gefascineerd door de tekenen die Hij deed, misschien zelfs wel onder de indruk van Zijn persoon. Maar ze zijn gericht op de vervulling van hun aardse behoeften, zoeken vanuit hun persoonlijke theologie een Profeet of koning en zijn niet in staat om twee dingen te doen, die juist bij de ware discipelen horen. In de eerste plaats komen ze niet om Hem eer te geven en Hem te aanbidden. In de tweede plaats erkennen zij niet, dat zij alleen deel kunnen krijgen aan Jezus door Zijn dood heen. (Ze LEES HIER VERDER…

Johannes (32) – Het ware Brood uit de hemel (1)

Joh. 6:28-41 Ons gedeelte vandaag is de eerste helft van de lange redevoering die Jezus houdt bij de synagoge van Kapernaüm. De menigte die het wonder van het brood en de vissen heeft meegemaakt is Hem gevolgd – vers 22 – aangevuld met mensen uit Tiberias – vers 23. Je kunt je voorstellen dat het korte gesprek van vers 25 tot en met 27 nog heeft plaatsgevonden buiten de synagoge, aan de oever van de zee. In de synagoge is geen plaats geweest voor een grote mensenmassa, dus het gesprek heeft zich buiten de synagoge in de open lucht afgespeeld, LEES HIER VERDER…