KOINONIA LIVE! – Romeinen 10:14-21 – Het falen van Israël

This entry is part 20 of 20 in the series Bijbelbespreking

Bijbelbespreking van dinsdag 13 februari 2018

EERSTE DEEL – Rom. 10:14-15

14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt?
15 En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden worden? Zoals geschreven staat: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen!

TWEEDE DEEL – Rom. 10:16-17

16 Maar zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest. Jesaja zegt namelijk: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?
17 Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.

DERDE DEEL – Rom. 10:18-21

18 Maar ik zeg: Hebben zij het dan echt niet gehoord? Zeker wel: Hun geluid is over heel de aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld.
19 Maar ik zeg: Heeft Israël het dan niet begrepen? Ten eerste is het Mozes die zegt: Ik zal u jaloers maken door wat geen volk is; door een onverstandig volk zal Ik u tot toorn verwekken.
20 En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen.
21 Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.

Parafrase Romeinen 10

This entry is part 18 of 20 in the series Bijbelbespreking

A. Israël mist de ware gerechtigheid van God (10:1-4)


1. Ik, Paulus, heb nog steeds een grote liefde voor mijn eigen volk. Als ik tot God bid voor Israël, vraag ik altijd om hun redding. 2.  Ik moet ook zeggen dat zij in hun godsdienst een grote ijver laten zien. Maar die ijver is op het verkeerde gericht en ze houden zelfs tegen beter weten in vol. Wat is dan het probleem? 3. Zij kennen en erkennen de gerechtigheid niet, die God in Christus geschonken heeft, en daarom streven zij ernaar om een gerechtigheid van eigen makelij op te richten. Maar dat betekent dat ze zich niet gehoorzaam onderwerpen aan Gods openbaring. Zij verwerpen de gerechtigheid van God en dat is ongehoorzaamheid.
4. Zij hadden kunnen weten dat zowel de Wet als de Eredienst zijn vervulling, maar daarmee ook zijn einde vinden in Christus. Toen Hij kwam, werd de gerechtigheid verbonden met het geloof in Hem. Dat is eigenlijk niets nieuws. Het evangelie van geloof en genade is volledig in overeenstemming met het Oude Testament. De gerechtigheid vanuit de ijver voor de Wet en de gerechtigheid uit geloof alleen komen we beide al in het Oude Testament tegen. En het is duidelijk dat de HEERE de besnijdenis van het hart, d.w.z. geloof zoekt.

Continue reading “Parafrase Romeinen 10”

Romeinen 10 in het Grieks op YouTube.

This entry is part 73 of 73 in the series BROADCAST

Bespreking van het Griekse origineel van Romeinen 10:1-21. Het gaat in deze vier video’s uitsluitend om de vertaling.
De exegese van de tekst is aan de orde in de zitting van aanstaande dinsdag.

Continue reading “Romeinen 10 in het Grieks op YouTube.”

Koinonia Bijbelstudies – Romeinen 9:24-33 – bespreking van 23 januari 2018

This entry is part 71 of 73 in the series BROADCAST

Inleiding van de bijbelbespreking van dinsdag 23 januari 2018.

Centraal staat vers 24 over de roeping van joden en heidenen, daarna de parafrase van het gehele gedeelte met enkele inleidende opmerkingen.

Tweede deel van de bijbelbespreking van dinsdag 23 januari 2018. In deze aflevering de verzen 25 tot 30.

Paulus citeert Hosea en Jesaja over het herstel van Israël maar maakt duidelijk dat dit ook de verlossing van de heidenen betekent – en dat slechts een minderheid uit Israël en de volkeren behouden zal worden.

Derde en laatste deel van de bijbelbespreking van 23 januari 2018. In deze aflevering de laatste drie verzen: 30 – 33. Waarom heeft Israël haar messias niet kunnen aanvaarden? en waarom heeft ze nu te maken met een gedeeltelijke verharding en tijdelijke verwerping? Omdat ze die gerechtgigheid nagestreefd heeft door middel van het doen van de werken van de wet. Terwijl de gerechtigheid nooit op grond van menselijk handelen is verleend, maar altijd en uitsluitend op grond van geloof in Gods wonderbare genade.